Bouwen aan een nieuw genre

Toen de coronacrisis uitbrak hebben veel gezelschappen uit nood voorstellingen online uitgezonden. Inmiddels is er volop geëxperimenteerd met livestreams en hybride voorstellingen. Welke technieken worden er ingezet en hoe krijg je op afstand toch dat betoverende theatergevoel?

Dit artikel verscheen eerder in Zichtlijnen

Bekijk hier het gepubliceerde print artikel.

We spreken met makers van Nederlands Dans Theater (NDT), de Nederlandse Reisopera en van het Noord Nederlands Toneel (NNT). Ze zijn aan de slag gegaan met live-registraties, zij het op een eigen manier. Ennya Larmit is content creator bij NDT: “In september zijn we begonnen met de eerste livestreams. We zochten naar een manier om een groot publiek te bereiken. Live theater is bij ons de basis. Dat betekent dat we voorstellingen nu filmen met drie camera’s, maar het blijft een ‘gewoon’ theaterstuk zodat we er straks ook gewoon de planken mee op kunnen.” NDT zendt alle voorstellingen live uit, al is het maar om het spannend te houden: “Dat gevoel dat het tóch ergens mis kan gaan, die spanning en magie, dat kan alleen live”, aldus Ennya.

Voor de Nederlandse Reisopera is het wat lastiger om opera’s uit te zenden. “We hebben te maken met muziekrechten,”zegt Huub Mars, 1e Inspiciënt bij het gezelschap. Toch hebben ze een nieuwe vorm gevonden om muzikanten én publiek in beweging te houden. De jaarlijkse Meezing Messiah in Carré waarbij het publiek alle partijen meezingt, kan niet doorgaan. Maar nu wordt deze op afstand alsnog uitgevoerd: “We laten een groot koor, bestaande uit 800 man publiek, via Zoom repeteren. In groepen van 100 krijgen de alten, bassen, sopranen en tenoren les van hun eigen docent” Uiteindelijk is het de bedoeling dat koorleden thuis zelf hun partij inzingen, dat wordt samengebracht tot één geheel met een bijbehorende clip.

Robbert van Heuven is dramaturg bij het NNT en vindt dit een spannende tijd. “Bij alles wat we maken willen we dicht bij onze artistieke stem blijven. We zijn interdisciplinaire makers en online is voor ons een belangrijk extra instrument om iets nieuws te maken. Daarom hebben we het NITE Hotel ontwikkeld, een online plek waar verschillende theatervormen bij elkaar komen. Je kunt er zelf doorheen lopen als bezoeker. We zijn aan het experimenteren geslagen met verschillende online voorstellingen. Swan Lake hebben we opnieuw geproduceerd als 3D game, waarin niet de regisseur maar de bezoeker bepaald welke scène hij te zien krijgt.”

Experimenteren
Maarten Otten is Hoofd Techniek bij het NNT. Hij benadrukt het belang van experimenten: “Veel van wat we doen is nieuw. Wij weten van te voren ook niet altijd precies hoe een idee uitpakt. Voor Swan Lake kwamen we erachter dat we een bak van 48KW licht erboven aan moesten zetten om op beeld een mooie plaatje te creëren. Samen met een watervloer eronder konden we schitterende beelden maken. Online heb je in feite een grotere gereedschapskist tot je beschikking omdat je niet gebonden bent aan het perspectief van de zaal.” Om te kunnen experimenteren is er wel vertrouwen nodig van het complete team. Maarten Otten: “Het is wel even zoeken. Filmmakers zeiden: jullie doen iets geks door een voorstelling met 3 schermen tegelijkertijd te laten zien. Dan krijg je vreemde beeldverhoudingen. Dat hebben we getest, allereerst gewoon met een houten frame om te kijken hoe dat uitpakt. En het is gelukt”.

Nieuwe theaterwetten
Doordat mensen vanuit hun eigen huis naar een voorstelling kijken, worden oude theaterwetten op de proef gesteld. Maarten Otten: “Het publiek zit thuis in z’n eigen omgeving te kijken en kan snel afgeleid raken. De kat springt op schoot, je kunt gewoon even weglopen om wat drinken te halen. Dus is het nóg belangrijker om mensen geïntrigeerd te houden. We ontwikkelen een nieuw genre dat geen film is, geen internet en ook geen theater. Bij de productie van Oom Wanja van Tsjechov wilde onze regisseur graag de traagheid van het stuk behouden, want dat is onderdeel van het verhaal. Dat betekent dat je het spannend moet houden op een andere manier. Je publiek iets geven dat ze nog niet begrijpen, niet kunnen plaatsen. Waardoor ze graag willen blijven kijken.”

Ennya Larmit: “Een belangrijk verschil met ‘gewoon’ theater is dat wij als makers plotseling bepalen wat het publiek te zien krijgt. Natuurlijk bereiden we dat goed voor samen met de choreograaf, maar tijdens de voorstelling zit ik live mee te editen en moet ik schakelen als er een camera niet goed in focus is bijvoorbeeld. Voor mij is het belangrijk om vooraf goed met de choreograaf te overleggen, en te vragen: wat wil je vooral niet zien. Op basis daarvan kunnen we keuzes maken waar de nadruk leggen en waar niet.”

Daarnaast moeten de makers rekening houden met het publiek dat thuis de boel aan de praat probeert te krijgen. Bij het NDT hebben ze live een helpdesk voor technische vragen over bijvoorbeeld de verbinding of over het casten van de voorstelling op je tv.

Spelen met techniek
Theatermaken voor een volle zaal kan heel anders zijn dan een voorstelling maken voor een (gedeeltelijke) online toepassing. Ennya: “Bij NDT filmen we een voorstelling met 3 camera’s. Dat betekent dat de cameramensen de choreografie goed moeten kennen. Alsde choreografie zich ervoor leent, zoeken we de grenzen op. In het stuk From England with love was er één cameraman met een gimbal op het podium, die vroeger bij het NDT heeft gedanst. Dat is echt een meerwaarde omdat hij begrijpt hoe een danser zich voortbeweegt en daarop kan anticiperen.”

Ook de functie van technische middelen verschuift bij een online voorstelling. Maarten Otten: “Licht heeft een meer dienende rol tijdens een online voorstelling dan bij live theater. Het is functioneler en praktischer.” Maar ook geluid krijgt een andere functie. “Het moet kloppen met wat je ziet op beeld”, voegt Ennya Larmit toe. “Als je een close-up ziet van een violist bijvoorbeeld, dan verwacht je die ook net iets harder te horen. Daarom wordt er bij ons live in de mixage meegeschoven met het beeld. Ook moeten we rekening houden met een kleine vertraging tijdens het streamen in Vimeo. Om het stuk goed tot z’n recht laten te komen moet er goed op gelet worden hoe geluid en beeld in de huiskamer terechtkomen. “We hebben altijd iemand van de techniek die thuis meekijkt en live feedback geeft zodat we kunnen bijsturen als dat nodig is.” Maarten Otten: “Het lastigste maar ook spannendste is de hybride vorm, waarbij een voorstelling met publiek óók gestreamd wordt. Je hebt dan twee verschillende soorten publiek met verschillende kijkervaringen.”

Nieuwe expertise en investeringen
Met de opkomst van de livestreams hebben gezelschappen plotseling nieuwe apparatuur, software en specialisten nodig. Maarten Otten: “Je kunt in principe al prachtige dingen maken met een iPhone en een gimbal. Het gaat er om wát je laat zien. We hebben ons vastgebeten in de techniek en werken veel met OBS, een open source platform, we hebben wat eigen apparatuur aangeschaft en proberen zoveel mogelijk zelf te ontdekken.” Robbert van Heuven: “We moeten ook eerlijk zijn: wij zijn theatermakers, geen gamestudio. Ook qua streamen zijn we geen specialisten maar het loont wel om te investeren in eigen apparatuur en kennis.” Ook NDT proberen het zoveel mogelijk dichtbij huis te houden: “we proberen zoveel mogelijk kennis uit onze eigen poule van (freelance) technici te halen. De cameramensen huren we los in. We blijven theatermakers maar we kijken stiekem al wel: kunnen hier straks ook méér mee doen?”

Nieuw publiek
Na alle inspanningen om de livestreams om de rails te krijgen is natuurlijk de grote vraag: werkt het wel? En wat vindt het publiek ervan? Robbert van Heuven: “We zien dat we een nieuw, internationaal publiek aanboren. We ondertitelen dan ook van te voren de voorstellingen het Engels. En je hebt de beperkingen van het theater niet meer, de zaal raakt nooit vol.

Ennya Larmit: “We zien dat we een nieuw, jonger en vooral internationaal publiek aantrekken. Tijdens onze vorige livestream keken mensen uit meer dan zestig landen mee met de voorstelling. Maar ook de wat oudere mensen zijn blij dat ze nu toch veilig vanuit hun huis naar het theater kunnen gaan. En we horen dat mensen positief verrast zijn van hoe boeiend en intrigerend ze een stuk vinden. Het publiek kan nu bijvoorbeeld ineens heel goed de gezichtsuitdrukkingen van de dansers zien.”

Maarten Otten: “We horen ook veel van mensen die heel benieuwd zijn geraakt naar de ‘gewone’ theaterversie van een stuk. Dus livestreams zijn ook een belangrijke manier om het publiek warm te houden voor het theater – voor als we straks allemaal de zaal weer in mogen”. Huub Mars: “Ook wij merken dat het publiek het samenkomen mist. Dat er online toch nog wat gebeurt is voor veel mensen belangrijk in deze coronatijd. Maar bij de Nederlandse Reisopera zijn we toch van de indrukwekkende grote koren en orkesten, en van de spectaculaire decors. Van de zomer hopen we eerst in kleinere bezetting buiten op te kunnen treden. Maar we kijken toch reikhalzend uit naar het moment dat we weer in volle glorie mogen spelen met alles erop en eraan.”

Lees mijn andere publicaties

Meer lezen zoals dit?

× Stuur me een appje